Route:  
  1. Home

Veerkracht, weerbaarheid en wendbaarheid: een aanvulling op De Vaal


Leo Kerklaan29 mei 2026Resilience 

In december 2025 publiceerde Kees de Vaal het artikel 'Zijn we veerkrachtig, weerbaar en wendbaar?'. Hierin onderzoekt hij deze begrippen en hun betekenis voor ons als persoon, voor onze organisaties en hun ecosystemen en voor onze samenleving als geheel. Leo kerklaan reageert op het artikel en plaatst een kanttekening bij De Vaal's conclusies.

 

De Vaal sluit zijn interessante artikel 'Zijn we veerkrachtig, weerbaar en wendbaar?' af met een uitnodiging aan de lezer: welke invulling wordt gegeven aan de drie begrippen veerkracht, weerbaarheid en wendbaarheid? Dat is precies de vraag die bij mij boven kwam na het lezen van het artikel. Die vraag verdient zeker een antwoord — en daarmee ook een kanttekening bij zijn conclusie.

De Vaal constateert terecht dat de begrippen in de praktijk niet altijd scherp van elkaar worden onderscheiden. Hij wijst er ook op dat het Engels geen apart woord kent voor het onderscheid tussen veerkracht en weerbaarheid. Dat is een correcte observatie — maar de conclusie die daaruit volgt, vind ik wat te bescheiden. Het feit dat een andere taal het onderscheid niet maakt, zegt immers niets over de conceptuele waarde ervan. Het Nederlands is hier gelukkig wat rijker, en die rijkdom verdient benutting.

Twee strategische opties, één uitkomst

Een organisatie die wordt geconfronteerd met een verstoring heeft in essentie twee strategische opties.

Ze kan de klap absorberen omdat ze stevig genoeg is gebouwd om er tegenaan te kunnen — dat is weerbaarheid: de robuustheid van de organisatie stelt haar in staat stand te houden zonder de koers te wijzigen.

Of ze beweegt mee met de klap omdat de verstoring te groot is om frontaal op te vangen — dat is wendbaarheid: de flexibiliteit om de organisatie snel aan te passen aan veranderende omstandigheden.

De figuur hieronder laat zien dat beide strategieën hetzelfde doel dienen: de organisatie in staat stellen haar eigen strategie door te blijven voeren, ook onder druk.

En daarmee komen we bij het kernpunt: veerkracht is geen derde optie, maar de uitkomst van het succesvol inzetten van weerbaarheid of wendbaarheid — of een combinatie van beide. Veerkracht is een eigenschap van de respons, niet van de organisatie op zichzelf.

 

 

Een dynamisch continuüm

De keuze tussen weerbaarheid en wendbaarheid is niet willekeurig — de omvang en intensiteit van de verstoring zijn bepalend. Bij een kleine of beheersbare verstoring volstaat weerbaarheid: de organisatie is robuust genoeg om door te gaan. Neemt de intensiteit toe, dan vermindert de effectiviteit van pure robuustheid en wordt wendbaarheid steeds belangrijker. Zie ook de bijgaande figuur. 

Dit levert een dynamisch continuüm op: naarmate de druk toeneemt, verschuift de balans van weerbaarheid naar wendbaarheid. Een gezonde organisatie beschikt over beide vermogens en weet — bewust of intuïtief — wanneer welk vermogen aangesproken moet worden.

Conclusie

De begrippen veerkracht, weerbaarheid en wendbaarheid overlappen niet zozeer als wel dat ze samenwerken. Ze beschrijven verschillende aspecten van hetzelfde vraagstuk: hoe houdt een organisatie haar continuïteit onder druk? Door de begrippen conceptueel te scheiden en in samenhang te plaatsen, winnen ze juist aan scherpte en bruikbaarheid — zowel voor de praktijk van business continuity als voor de professionele dialoog in ons vakgebied.

 

Leo Kerklaan

Directeur Franeker Management Academie 

Deel dit via